Karabijnschieten

  • Op de 10 meter stand wordt geschoten met luchtkarabijn, en als munitie de diabolo .177 of 4,5 mm.
  • De houding is staand.
  • Op de 50 meter stand wordt geschoten met karabijn en als munitie de .22 kogel. De houdingen zijn staand, knielend en liggend.

Indien  u als lid niet beschikt over een eigen wapen en in het bezit bent van een geldige wapenvergunning, dan staan er clubwapens ter beschikking in het permanentiebureel.

 
Bijkomende informatie over techbiek karabijnschieten klein kaliber 50m (KK)en luchtkarabijn 10m (LK) vindt je op de nederlandse website http://www.schutterssupport.nl

Kledij en uitrusting

  •  Schoeisel : bij voorkeur met een vlakke Zool. Bvb. turnpantoffels of speciale schietschoenen. Voor de dames zeker geen hoge hakken.
  • Handschoen : ofwel de dagelijkse lederen handschoen of de speciale schiethandschoen. Doel stabiliteit van het wapen verhogen.
  • Vest: aan te raden is een lederen vest, Zij het een gewone of speciale schietvest, met daaronder een trui of trainingsvest.
  • Ogen in sommige gevallen kan het aangewezen Zijn een schietbril en/of een schietpet te dragen.

Het is wenselijk om steeds met dezelfde kledij en uitrusting te schieten.

 

Houding

Wij behandelen hier alleen de houding die het meest van toepassing is, namelijk de staande houding. Deze houding stelt hoge eisen aan de schutter en zijn lichaamsbeheersing.  Alle raadgevingen zijn van toepassing op rechtshandige schutters.


Let op de volgende punten:

De heup dient als steun voor de linker elle-boog en is een beeije naar voor
gebracht. De rug is iets naar rechts en naar achter gebogen.

Hier is duidelijk te zien hoe het bovenlichaam iets naar achter en naar rechts
gebogen is.

Het linkerbeen draagt het totale gewicht van het wapen.

De linkerknie blijft gestrekt. Bij buiging van de knie wordt de stabiele verbinding tussen onderbeen  en voet verbroken.

De rechterknie mag gebogen worden om een ideale verdeling van het lichaamsgewicht te verkrijgen.

De voeten staan op ongeveer 30 cm uit elkaar, d.w.z. iets minder dan de schouderbreedte. Zij dragen elk 50 % van het gewicht.

Het hoofd wordt steeds rechtop gehouden. Nooit het hoofd naar het wapen buigen, maar het wapen naar het hoofd brengen.Hierbij mag men het wapen lichtjes kantelen.

Geen spierspanning in de nek of de schouders.

Let op de linkerelleboog die steunt op de heup.

De rechterhand wordt zo ver omhoog geheven dat de naar beneden geplaatste kolfplaat (verschuifbaar stuk achteraan het wapen) met de kromming stevig tegen het schouderdeel aanligt.

De rechterhand wordt comfortabel op de handgreep geplaatst, met de vingers in een natuurlijke gekromde houding.

De wijsvinger raakt de kolf niet en haalt de trekker over in een rechtlijnige en vloeiende beweging.

HOOFD RECHTOP ! ! !

Een goed schoudercontact met het wapen is noodzakelijk

Afstand oog- diopter mag normaal niet minder dan 5 cm zijn.

De houding van de linkerhand is beslissend voor de totale schiethouding :

  • Geeft de ideale positie van het wapen
  • Geeft de hoogte van de aanslag
  • De armspieren moeten ontspannen zijn

Volgende figuren geven een overzicht van de verschillende methodes:


Het wapen heeft een stevige steun en de spieren van de onderarm zijn in ontspannen toestand.


Dit is een goede houding van de linkerhand. Het wapen ligt hoog in de aanslag en het gewicht gaat direct over op de onderarm.


Eveneens een goed houding. Het gewicht van het wapen rust goed op de rug van de hand en de onderarm.


Ook een juiste houding want het wapen ligt stevig vast en hoog in de aanslag. De handpalm wordt naar voren gedraaid, zodat de spieren in de bovenarm ontspannen blijven.


Deze houding is mogelijk, maar in sommige gevallen moeilijk lang uit te houden, zelfs pijnlijk.


Deze houding is slechts gunstig voor schutters met een lange onderarm.


Niet aan te raden: de spieren in de hand zijn onder spanning en de vingers kunnen tijdens het richten verschuiven.


Ook deze houding verdient geen aanbeveling, daar er pijn kan worden veroorzaakt in de pols wanneer men langdurig bezig is.

Natuurlijke lijning:

Om deze te bepalen gaat men als volgt te werk:

  • de houding aannemen (zoals beschreven in voorgaande bladzijden)
  • de ogen sluiten
  • adem inhouden en wapen richten
  • De spieren blijven ontspannen
  • ogen terug openen
  • Kijken of de lijning van de mikorganen juist is

Correcties gebeuren als volgt:

  • In de hoogte:
    • verplaatsen van de voeten (vergroten of verkleinen van de afstand)
    • de kolf~laat verplaatsen
    • houding en plaats van de linkerhand aanpassen
    • verschuiven van de linkerhand
  • zijdelings:
    • door verplaatsing van elleboog op de heup
    • door de rechtervoet iets te draaien
    • door het verplaatsen van beide voeten

Het lossen van het schot bij geweerschieten

Hierbij spelen heel wat elementen een grote rol zoals :

  • de rechterhand met de wijsvinger
  • druk op de trekker : NIET TREKKEN maar wel DRUKKEN, op gelijkopgaande wijze, zonder onderbreking. Deze druk duurt +/- 2 à 2,5 seconden.
  • coördinatie tussen het mikken en het lossen van het schot
  • voldoende concentratie, die niet afzwakt naarmate de tijd verloopt
  • zelfbeheersing om het wapen neer te leggen wanneer de tijd verstreken is om een goed schot te lossen.

 

Het Narichten (of technischer “the follow through”

Dit is het mikken aanhouden nadat het schot vertrokken is.  Men blijft de controle van alle factoren behouden die toelieten een zo goed mogelijk schot af te vuren. Op die wijze leert men een schot te laten vertrekken dat onbewust en niet op bevel werd gelost. Hou dus het wapen op het mikpunt VOOR, GEDURENDE EN NA het vertrek van het schot.

 

/a